Aanvulling? Meld het hier.
<<

Onderwijs (1697 - 1701)

Stadsscholen
De stadsschool is gevestigd ten oosten van het Slot Oostende. Schoolmeester Jacob van Merris mag het ernaast liggende schoolhuis gratis bewonen. De visitatoren van de Nederduitse school wijzen het stadsbestuur er op dat het ‘Reglement ter directie en beleid van de Nederduytse scholen’, vastgesteld op 1 september 1655, door de schoolhouders niet naar behoren wordt nageleefd. Dit leidt tot ‘grooten ondienst van de gansche borgerie en merkelijk nadeel van de jeugd’.

Het stadsbestuur stelt daarop een nieuw Reglement voor de schoolhouders vast. Het verzoekt de visitatoren ‘in hun goeden ijver tot redres te willen continueren en mitsdien zodanige orders te stellen en die voorzieningen te doen, dat de schoolhouders het Reglement naar inhoud van dien privatelijk mogten observeren en naercomen, teneinde also tot hun verschuldigd debvoir werde gebragt ende opdat onder de schoolkinderen de Kennisse en Vreese Gods met meerder vrucht mogte worden ingeplant’.

Ook besluit het stadsbestuur dat de schoolhouders met hun scholieren zullen verschijnen ten tijde van zodanige kerkcatechisaties ‘als de eerwaarde broederen van de kerkenraad zullen gelieven te beramen of vast te stellen, teneinde deze kinderen naar orde geregeerd en op hun gedrag aldaar de nodige toevoorzicht werde gehouden’. Ook is er een Franse school in de stad. Jan de Zwart is daarvan schoolmeester.

Particuliere schooltjes
Daarnaast zijn er tal van particuliere schooltjes. Zo mag Maijcken Jans, een dochter van Jan Robbertse, in 1697 breischool houden. Ook krijgt Susanneke Mesoeck in 1697 vergunning om school te houden. Ze wordt als ‘schoolvrou geadmitteerd’. Pietronelletje van Nieuwenhuijse krijgt in 1699 toestemming om ‘spelwerck en leerschole te houden’.

Latijnse school
De Latijnse school is gevestigd aan de Beestenmarkt. Rector is Sebastiaan van Arcke. Cornelis Boddingius is conrector. In december 1698 overlijdt monseigneur Cornelis Boddingius. Het stadsbestuur overweegt of die plaats weer door een ander bekwaam persoon vervuld dient te worden of dat men dat ambt, ‘vermits het geringe getal der studenten, soude mortificeren’. Besloten wordt dit ambt voorlopig te laten ophouden, omdat er informatie is ‘over de slegte orde die nu vrij lange tijd herwaarts in de Latijnse school is gehouden’. Het stadsbestuur wil dat ‘de oude goede orde (waardoor de Latijnse school voorheen heeft gefloreerd) weder mocht worden geintroduceerd’.