Aanvulling? Meld het hier.
<<

openbare voorzieningen (1697 - 1701)

Sluis bij de oude haven

De sluis bij de oude haven vereist in 1697 dringend herstel. Enkele timmermansbazen inspecteren de sluis. Ze zijn van oordeel dat het dringend nodig is dat de sluis niet alleen hersteld, maar vanwege de slechte toestand geheel verlegd wordt op een geschiktere plaats. Het stadsbestuur besluit dit hoognodige werk 'hoe eerder hoe beter ten dienste van de stad naar de zo hier gewoonlijke wijsheid en voorzichtige directie werkstellig te maken'. Uit de stadsrekeningen van 1698 en 1699 blijken verscheidene uitgaven voor het herstel van de sluis, zoals aan 'Cornelis Crijnse voor tgeen deselve heeft verdiend in het opdelven van de sluis in de achterhaven £ 22 + voor gedane diensten bij nagte en ontijde met de stadstimmerman aan de sluys £ 2.2 + voor het volaarden van de nieuwe sluis aan de oude haven £ 20'.

Openbare werken

De stad heeft aan het einde van de 17e eeuw ook voortdurend zware lasten door herstelwerkzaamheden aan onder meer de beide hoofden, de zeedijk, de havens, de draaibruggen en de watermolen. De stadsfinanciën zijn uitgeput en moeten nodig aangevuld worden om de hout- en steenverkopers uit Dordrecht te betalen. En omdat de stad geen penningen meer in voorraad heeft, krijgt de stadsrentmeester Abraham Levendale machtiging om voor rekening van de stad een bedrag van duizend ponden Vlaams te lenen.

Tegen de achtergrond van deze herstelwerkzaamheden aan hoofden, dijken en havens doet het merkwaardig aan als de stadsdirecteuren in 1699 wijzen op het gebruik om zand te halen uit de stadshavendijk, gelegen langs de Soute Veste. Ze worden hiervoor 'van de burgerij continueel lastig aangezocht'. Het stadsbestuur besluit 'dat niemand, wie hij zij, zonder onderscheid van personen, vanaf nu toestemming krijgt uit of van de stadshavendijk enig zand te halen, onder wat pretentie hetselve ook mogte wezen'.

Deze jaren krijgt het onderhoud van straten, plantsoenen en verlichting volop aandacht. Uit de stadsrekeningen blijkt dat de stad 1000 iepenbomen en 76 olmenbomen aanschaft voor de stadsplantsoenen. Ook krijgt de blikslager opdracht voor het maken van nieuwe stadslantaarns. In de jaren 1699/1700 worden 11.000 grauwe moppen en 32.000 straatstenen aangekocht.

Bank van lening en wijnkantoor

Aan de zuidzijde van de Grote Kerk, naast het weeshuis aan de Zusterstraat, is de bank van lening, ook genoemd de lombard, gevestigd. Bankhouder is in 1699 Joos Verlucht. Om de drie jaar besluit het stadsbestuur over verlenging van zijn octrooi om bank te houden. Zo wordt in 1699 besloten het octrooi,'om privatelijk alhier panden te belenen, te prolongeren, mits dat denselve sig in desen gedienstig en getrouwelijk gedrage omtrent allerhande soort van menschen en mitsdien d'ingesetenen en alle andren te houden buiten rechtveerdige clachten'.

In 1701 besluit het stadsbestuur na rijpe deliberatie 'tot de prompte invordering van 's Lands middelen en commoditeit (gerief) van onze burgerij, naar het exempel van verscheidene steden binnen Zeeland, op te richten een gemeyn State en Stads wijncomptoir'.

De Cronyk van Zeeland

Op 26 december 1700 machtigt het stadsbestuur de stadsrentmeester Johan van Ossewaarde een som van £ 38.10 te voldoen voor de aanschaf van eenentwintig exemplaren van de nieuw gedrukte Cronyck van Zeeland van stadgenoot Mattheus Smallegange. Deze worden door de directie van monseigneur De Later te Middelburg uitgegeven. De exemplaren zullen op kosten van de stad in een Franse band met daarop het stadswapen worden gebonden, om voor present te worden overhandigd aan de tegenwoordige en laatst afgegane heren regeerders van de stad. Monseigneur De Later krijgt bericht dat Smallegange heeft meegedeeld 'dat het eerste deel van de nieuwe Cronyk van Zeeland onder uw edele directie aan de inteykenaars compleet in groot papier wordt gedistribueerd, waarom wij brenger dezes, de stadsbode Dirk de Koo, hebben afgezonden, teneinde conform de inteykening voor de stad Goes hij mogt bekomen 21 wel geconditioneerde exemplaren als voren, die als dan ook uw edele het gerequireerde supplement van elf gulden voor ieder exemplaar sal voldoen'.