Aanvulling? Meld het hier.
<<

Algemene toestand (1702 - 1706)

In november 1705 houdt het stadsbestuur zich nadrukkelijk bezig met de landsregering. De Goese gedeputeerden naar de vergaderingen te 's-Gravenhage en van de Staten van Zeeland brengen verslag uit. Ze hebben in de vergadering van haar edel groot mogende heren Staten van Holland met klem van redenen aangetoond 'de hoge noodzakelijkheid tot vaststelling van het tegenwoordig gouvernement en de vrije regering van de Republiek, met verzoek dat haar edel grootmogenden zouden willen goedvinden om met en beneffens de Staten van Zeeland daartoe te helpen beramen soodanige bequame wegen en middelen als met de constitutie deser vrije Landen 't enemaal sijn overeenkomende'.

Vanwege het belang van deze zaak besluit het stadsbestuur burgemeester Adolf Westerwijk, 'gisteren vertrokken tot waarneming van de statenvergadering, aan te schrijven en opdracht te geven te onderzoeken hoedanig de sentimenten van de leden dezer provincie aangaande dit gewigtige poinct sijn geconstitueerd ende uit de gelegenheid ende omstandigheden van saken tegemoet siende, dat daarover ter vergadering van haar edel mogenden met vrugt soude konnen werden gedelibereerd'. Westerwijk dringt uit naam van het stadsbestuur aan dat 'daarover een speciaal poinct van beschrijving mogt worden gemaakt en de respectieve vroedschappen toegezonden met verzoek van derselver advijzen daarop ten spoedigste ter vergadering te willen inbrengen'.

De troepen van de zogenaamde Grote Alliantie verslaan de Fransen in mei 1706 opnieuw. Op de 14e juni schrijven Gecommitteerde Raden van Zeeland de besturen van de Zeeuwse steden aan met de mededeling dat de Staten-Generaal een algemene dank- en bededag hebben uitgeschreven voor alle provinciën op woensdag 23 juni 1706. Dit houdt verband met 'de gelukkige successen van de wapenen van den Staat en desselfs geallieerden uit de magt van den Koning van Vrankrijk, onder de gehoorzaamheid van Koning Carel van Spangiën als Hertog van Brabant'.

Als gevolg van de vrede en de reductie van de stad Antwerpen wordt 'de onderlinge commercie van ende na dese Stad wederom hersteld'. Het stadsbestuur besluit het beurtveer van Goes op Antwerpen weer op gang te brengen. De gildebroeders van het schippersgilde mogen bij toerbeurten naar dit veer dingen.

In juli 1706 bekent het stadsbestuur van Goes kleur in de partijschappen. Burgemeester Adolf Westerwijk zal als gedeputeerde van Goes naar de Staten van Zeeland inbrengen dat 'de Heerlijkheid van Vlissingen en het Markiezaat van Veere ontheven worden van alle vasallage en uit kragte van het dominium eminens van deze provintie over deselve steden competerende, te naderen: mits daarvoor uitkerende aan de hooge, geïnteresseerde erfgenamen van den overleden Koning van Engeland, glorieuser gedagtenis, laatste Marquis van de voorseide steden, een redelijke vergoeding'. Goes wil dat Vlissingen en Veere vanaf nu worden erkend als 'independente, immediate ende onleenroerige stemmende steden, zoo in justitie als politie, met alle hare voorregten ende jurisdictiën, zoo als die tot nog toe sijn beseten, houdende alle de regenten, subalterne collegiën, officianten, hare bedienden ende alle de inwoonderen ontslagen van alle verpligtingen ende verbintenissen daarmede zij in het gemeen ofte in het bijzonder aan den Heer ende Markies zijn geobligeerd geweest'. Na het voorlezen van zijn inbreng verklaart het stadsbestuur dit met eenparigheid 'voor aangenaam' en bedankt burgemeester Westerwijk voor 'sijne goede officiën'.

Het stadsbestuur besluit in september 1706 'vermits deze provincie en wel insonderheid het eiland van Zuid-Beveland, door de verovering en reductie van de meeste steden en sterkten in Vlaanderen, mitsgaders van de stad Antwerpen en van de forten aan de Schelde, genoegzaam scheen geassecureerd te zijn tegen alle vijandelijke ondernemingen, de wagthuijzen al'omme in desen Eilande als onnodig en van een kostbaar onderhoud, te doen afbreken ofte wel staande te verkopen'.

Op de 17e november 1706 publiceren de Staten van Zeeland een brief tot uitschrijving van een dank- en bededag 'over de glorieuse successen van de wapenen van de Staat en des selfs hoog geallieerden gedurende de veldtocht van deze lopende jare met gemeene bewilliging van de Staten van de respectieve provinciën over den geünieerde staat, gearresteerd tegen den 24e dezer maand'. Kapitein Boogaard wordt naar Veere afgezonden om de 200 ponden buskruit, die de Raad ter Admiraliteit van Zeeland de stad heeft toegestaan, van de equipagemeester Huige te Veere te ontvangen. Het buskruit is nodig 'voor de aanstaande viering van de gelukkige campagne van dit jaar'. In dit verband vermeldt de stadsrekening van 1706 een uitgaaf aan de rector van de Latijnse school, Sebastiaan van den Arke, 'voor tgene hij hadde verschoten voor buskruit als anders op de vieringe den 24 november 1706, zijnde £ 10.10.0'. En Ary van Egem krijgt 'voor levering van tabak en pijpen op de viering den 24 november 1706' £ 1.18.4.