Aanvulling? Meld het hier.
<<

Onderwijs (1702 - 1706)

Particuliere schooltjes

Naast de officiële stadsschool zijn er tal van particuliere schooltjes in de stad. Zo krijgt Maria Isenbaard in sepember 1703 toestemming 'tot het houden van een breischole in deze stad, gelijk dit mede wordt vergund aan Elisabeth Walraeven. Met dien verstande dat sij beiden wel expresselijk worden verboden haare leerkinderen te leren lezen ofte schrijven'. In 1705 krijgt Jacobmijntgen van Strijen, echtgenote van Francois Walraven, toestemming binnen Goes een kinderschool op te richten. Eveneens in 1705 krijgt Clasina de Lij weduwe van Thomas Kaurik, toestemming een brei-, spel- en leerschool te houden. Toestemming krijgt ook Catharina Boskoop in 1705 om binnen de stad school te houden en kinderen te leren spellen, lezen en breien. Ook Margarita Hoogesteijger weduwe van notaris Nicolaas van de Leene, mag vanaf 1706 een spel- en leerschool tot instructie van jonge kinderen beginnen.

Bij de ingekomen brieven over 1702 en 1703 bevindt zich een ongedateerde brief, ondertekend door wel honderd burgers. Hieronder bevindt zich een aantal vooraanstaande ingezetenen zoals Huibert Pieroom, Johan van Wissekerke, Gerard Blaaubeen, Johannis van Rentergem, Jan Ratel, Cornelis Duvieland, Arent Ruych en Johan Lantschot. Ze geven met verschuldigde eerbied te kennen dat een ieder gehouden is 'zijn nakomelingen te laten onderrichten in de konst van het Bijbel lesen en schrijven door welk de jeugd stichtelijk wierd opgevoed tot behoud van haar en vermaak van haar ouders. Tot twelke leezen goede leermeesters van nooden zijn, die onzes oordeels in deze stad ontbreken'. Ze verzoeken daartoe te verkiezen de binnenvader van het weeshuis 'waarmede ze oordelen stad en ingezetenen van dien dienst te zullen wezen gedaan, alzo deze persoon vele preuven sijner goddelijke leeringe heeft gegeven zo binnen als buiten de stad'.

Latijnse school

De Latijnse school is gehuisvest in het pand aan de Beestenmarkt, dat deel uitmaakte van het vroegere Kruisbroedersklooster. In augustus 1702 worden doctor Cornelis van Sunder en doctor Caspar Rontvis tot curatoren van de Latijnse school benoemd. Van Sunder was dit ook al tot 1692, maar in dat jaar werd hij daarvan ontheven.