Aanvulling? Meld het hier.
<<

Openbare voorzieningen (1702 - 1706)

Visafslag

Op 12 augustus 1705 komt het stadsbestuur ter ore 'dat de afslag van de vis tot incommoditeit van de burgerij dagelijks zeer onordentelijk en op een onzeker uur geschiedt, mitsgaders dat gedurende de afslag tussen de visverkoopsters tot grote ergernis van de omstanders dikwijls hevige kijvagiën, scheld- en lasterwoorden voorvallen'. Het stadsbestuur besluit 'dat voortaan de afslag, soo wanneer de ventjagers met haren vis sullen aan de wal sijn, het gansche jaar door sal beginnen des morgens met 9 uur en des namiddags bij somertijd ten 5 uur en des winters ten 4 uur precies en dat de viswijven, op de gestelde uren niet present sijnde, op dien gehele dag niet zullen worden toegelaten te kopen'. Verder wordt bepaald dat gedurende de afslag geen kinderen of ongekwalificeerde personen zich binnen de ring van het visperk zullen mogen onthouden 'ofte nevens de viswijven sitplaats te houden'.

En indien 'd'een den anderen, staande den afslag, komt te injureren, schelden ofte lasteren, ende ten vermane van de keurmeesters aanstonds en sonder tegenspreken niet quame te swijgen, dat haar het mijnen door de keurmeesters voor sekeren tijd sal werden verboden ofte wel anderszins bekeurd na bevind van saken'. De keurmeesters en de pachter van het visboek worden geordonneerd deze resolutie 'strictelijk te executeren, ten welken eijnde extract aan de selve sal werden toegesonden omme, alvorens dese haar agtbarens goede meijning op het visperk te hebben bekend bemaakt, sig daar na te reguleren'.

In juni 1706 constateert het stadsbestuur 'dat verscheidene personen, voerende boten, visschuiten ofte enig ander vaartuig, in strijd met haar agtbarens intentie en orders, mitsgaders in prejuditie van de pachters van den visboek, het dagelijks bestaan hun vis te verkopen en uit te venten langs de straten, sonder deselve te brengen op den publieken afslag'. Op de klachten van de pachter van het Visboek wordt besloten 'diergelijke lieden te verbieden enige vis, hetsij groot of klein, van wat soort deselve zijn, te verkopen voor en aleer deselve op de openbare afslag van den Visboek sal zijn betaald'.

Openbare werken

In december 1703 krijgen de stadsdirecteuren opdracht om, naast de tijdens de laatste storm omvergewaaide bomen op de stadswallen, te verkopen zodanige essen en andere bomen, die naar hun oordeel tot meerder interest van de stad kunnen worden verkocht dan te blijven staan. Ze moeten de open en ledige plaatsen weer met jong plantsoen opvullen. Ook in december 1705 inspecteren de stadsdirecteuren de bomen, staande op of aan de stadswallen en linies van communicatie naar de schansen aan weerszijden van de haven, om 'de houwbare ten behoeve van de stad met de stokke te verkopen'. De verkoop van bomen op de stadswallen levert de kapitale som van £ 312.6.10 op. In 1706 worden op de stadswallen weer 225 nieuwe olmenbomen geplant.

Uit de stadsrekening van 1703 blijkt dat Carel Nieuwenhuyse 'voor het maken van de lantarenstaecken en verschot aan de arbeiders in het afnemen van de lantaernen, mitsgaders van de oly uit te delen' £ 12.0.0 heeft ontvangen.

In 1706 worden de stadsvesten uitgebaggerd. De kosten hiervan zijn circa £ 150 Vlaams. Zo krijgt Cornelis Stout betaald voor het baggeren van 200 schacht modder uit de vesten en het afmaaien van het riet £ 45.16.8; Cornelis Cune voor het baggeren van 50 schachten modder uit de stadsvest £ 10.16.8; Quirijn Wauwelaar voor hetgeen hij heeft verschoten aan stadsarbeiders voor 't baggeren in de veste £ 13.12.9; Adriaan Marinissen voor het maken van diverse kaden tot het bergen van de bagger uit de veste £ 7.6.8; Quirijn Wauwelaar hetgeen hij heeft verschoten aan stadsarbeiders voor 't baggeren in de veste £ 53; Dingenis Cooman voor het ijken van dertien slikbooten £ 1.1.8.