Aanvulling? Meld het hier.
<<

Gilden (1707 - 1710)

Arbeiders-, zakdragers- en bierdragersgilde

De belangrijkste gilden zijn het arbeidersgilde, het zakdragersgilde en het bierdragersgilde. Een vereiste is dat de gildebroeders zich goed gedragen. Zo wordt in 1708 de bierdrager Joos Davidse in verband met zijn slechte gedrag 'voor altoos ontset van het bierdragerschap'. Ook Adriaan Ruster, nachtwaker, graanmeter en arbeider in het Sint Jansgilde, 'heeft zich merkelijk misdragen jegens het gebod der regering'. Dit levert hem een schorsing voor zes weken van zijn dienst en traktement op.

In 1709 krijgen Adriaan Koutsijn en Willem Thomas ontslag uit het arbeidersgilde. Dit 'bij gelegenheid van een fooije van enige vaten bier aan die van het arbeidersgilde over gedane dienst in het proberen van stads brandspuit, en na enige querelles t'samen sijn geraakt in gevegt ende malkanderen in euvelen moede met messen seer gevaarlijk hebbende gegriefd'. In hun plaats is Pieter Heerebout, destijds ook gildebroeder maar uit de stad vertrokken, 'wederom in het gilde ingelijfd'.

Volgens de resolutie van 31 december 1702 mochten twee openvallende plaatsen in het bierdragers- en arbeidersgilde slechts met één persoon worden ingevuld. In 1710 zijn deze gilden daardoor echter aanzienlijk in getal verminderd. Het stadsbestuur besluit beide gilden met 16 personen uit te breiden 'tot ondersteuning van derselver familiën in deze diere tijden'. De nieuwe bierdragers zijn: Cornelis den Boer, Cornelis Ymantse, Jacob Alibertus, Jan Pieterse van Husen, Laurus Marcusse, Pieter Jacobse, Pieter Claasse Walraeven, Philip van der Marct, Gerard de Bel, Willem Amper, Hendrik Ysselveen, Willem Franse, Marinus Adriaanse, Laurens Janse Schakerloo, Simon Augustijns en Joos Davidse. De nieuwe arbeiders zijn: Josias Cornelisse, Gijsbregt Janse Proost, Elias Cornelisse Maas, Andries Klugting, Hendrik Janse, Adriaan Harmanse, Jan van de Velde, Jan Laurusse, Cornelis Blommert, Huibregt Janse van Rosendaal, Marinis Marinisse Visser, Jacob Marinisse Visser, Leendert Nieuwenhuise, Dignus Janse Ribbe, Laurens van Nuffelen en Marinis de Boot.

 

 

Kleermakersgilde

In 1710 verzoekt het kleermakersgilde om de belasting voor de nieuw inkomende gildebroeders te verhogen en 'om de wolle naaijsters te verbieden enige vrouwspersonen met wolle-naayen te leren'. Wat betreft het eerste verzoek wordt het gilderecht verdubbeld: een man £ 0.10 als inboorling en £ 0.20 van buiten komend en een vrouw £ 1.1 als inboorlinge en £ 2.2 van buiten komend. Wat betreft het tweede verzoek herinnert het stadsbestuur het gilde 'haar agtbarens dispotyf op het derde artikel van de rekwesten bij de dekens van het kleermakersgilde van 18 oktober 1673'.

Schippersgilde

Schipper Marinus Geraardse verzoekt in maart 1709 'om sekere schuite, oud boven de jaren in de ordonnantie van het schippersgilde uitgedrukt, te mogen kopen om van deze wal te worden gevoerd'. Het stadsbestuur overweegt 'dat deze schuit voor desen door den verkoper, sijnde een oud gildebroeder, is uitgehaald ende van Borsselen tot nu toe is gevoerd' en besluit dispensatie van de ordonnantie te verlenen.