Aanvulling? Meld het hier.
<<

Stadsbestuur (1711 - 1713)

Stadsbestuur

In 1711 volgt mr. Adolf Westerwijk de afgaande burgemeester Cornelis van Sunder op. Als naar gewoonte krijgt de scheidende burgemeester de eretitel van pensionaris-honorair.Mr. Adriaan Eversdijk, Nicolaas van de Leene, dr. Cornelis van Sunder, Dignus Keetlaar en mr. Johan van der Lugt volgen de afgaande schepenen mr. Johan van der Hille, mr. Johan Leydekker, mr. Adriaan Isebree, Pieter Hobius en Johan Rontvis op.

De baljuw Van Steenvliet krijgt in juni 1707 toestemming om in naam van de magistraat te procederen tegen Cornelis de Perponcher de Sedlnitsky, heer van Wolphaartsdijk. Deze zou 'op een frauduleuze wijze tot verkorting van 's Lands geregtigheden sijne thienden over verscheidene jaren aan de respectieve ontvangers van de 100e penning onder ede hebben opgegeven'.

Op 2 december 1711 overlijdt doktor Cornelis van Sunder, oud-burgemeester en thans pensionaris-honorair van de stad. In naam van het stadsbestuur wordt zijn vrouw door burgemeester Adolf Westerwijk, schepen Adriaan Eversdijk en secretaris Johan Westerwijk 'tharer huise gecondoleerd'. Door het overlijden van Van Sunder komen ook de functies van generale brandmeester van de schutterij van de voetboog en buitenregent van het proveniershuis vacant. Hierin wordt voorzien door mr. Johan van der Lugt en mr. Nicolaas La Grappe.

In 1712 volgt mr. Adriaan Eversdijk de afgaande burgemeester Marinus van Ossewaarde op. Dit is niet voor lange tijd, want al in mei van dat jaar verzoekt Eversdijk ontslag. In zijn plaats wordt verkoren Johan Rontvis. Mr. Johan van der Hille, mr. Johan Leidekker, mr. Adriaan Isebree en Pieter Hobius volgen de afgaande schepenen mr. Nicolaas Sommerzee, doctor Christoffel Annaard, Johan Verlugt en mr. Nicolaas La Grappe op.

Op 21 mei 1712 ontvangt het stadsbestuur bericht van de Goese raadsheer in Gecommitteerde Raden, Mattheus Eversdijk, geschreven te Middelburg op de 16e mei, dat zijn vrouw Isabella Leydekker aldaar is overleden en dat hij voornemens is 'het doode lichaam na Goes te transporteren om aldaar ter aarde te bestellen'. Het stadsbestuur besluit 'de Raadsheer Eversdijk op deselfs aankomst in dese stad door de heren burgemeesters Westerwijk en Ossewaarde met een der secretarissen met dit sijn verlies in naam van haar agtbaren te doen condoleren'. Isabella Eversdijk-Leydekker wordt in het koor van de Grote kerk begraven.

Ook overlijdt op 22 augustus 1712 de onlangs afgetreden burgemeester Marinus van Ossewaarde. Besloten wordt 'omtrent desselfs naaste vrunden ten sterfhuise in naam van haar agtbaren te doen afleggen het compliment van condoleance'. De rouwdeputatie bestaat uit burgemeester Adolf Westerwijk, schepen Johan van der Hille en secretaris Johan Westerwijk. Van Ossewaarde was in zijn leven ook ontvanger van de dubbele 100e penning op de landen over het oostkwartier van Zuid-Beveland. Secretaris Johan Westerwijk wordt met de stem van de stad Goes voor dit rentambt begunstigd. Ook hij wordt in het koor van de Grote kerk begraven.

In 1713 is burgemeester mr. Adolf Westerwijk aftredend. In zijn plaats komt z'n broer, de stadssecretaris mr. Johan Westerwijk. Adolf wordt pensionaris-honorair. Als nieuwe schepenen treden aan mr. Nicolaas Zommerzee, doctor Christoffel Annaard, Johan van der Lugt, mr. Nicolaas La Grappe en doctor David du Claux. Ze volgen de afgaande schepenen Nicolaas van de Leene, mr. Johan van der Lugt, doctor Cornelis van Sunder, mr. Dignus Keetlaar en Johan Rontvis op.

Hogere overheden

In september 1712 overlijdt mr. Meynaard van Bueren, secretaris van 'den Hove Provinciaal' te Middelburg. De raadsheer namens Goes in het Hof Provinciaal, mr. Francois Keetlaar, verzoekt hem te begunstigen met dit ambt. Het stadsbestuur geeft er echter voorkeur aan de Gecommitteerde Raad namens Goes, mr. Mattheus Eversdijk, met dit ambt te begunstigen. De gedeputeerden van Goes naar de statenvergadering krijgen opdracht al het nodige te doen om Eversdijk te verkiezen.

Functies en bedieningen

Het stadsbestuur benoemt in oktober 1712 de stadssecretaris Johan Westerwijk tot Ontvanger van de dubbele 100e penning op de landen over een gedeelte van Zuid-Beveland. Hij bedankt de magistraat 'seer gedienstig voor de eer die haar agtbaren sijn persoon hadden bewesen in de collatie van het voorseide ambt op hem, met aanbiedinge van sijn geringen dienst. De secretaris wordt met het voorseide ampt van haar agtbaren gefeliciteerd'. In november 1712 krijgt Westerwijk ook de functie van Ontvanger van de ontvangst van de ordinaire en extra-ordinaire schattingen op de landen van het oostkwartier van het eiland. Hij wil daardoor van zijn administratie over stadsdomeinen in Borssele en de daalderpacht ontslagen worden. Pieter Hobius, regerend schepen, volgt hem op als rentmeester van Borssele.

Het is soms een gevecht om de baantjes tussen de regenten. Zo ontstaat er in november 1712 een ernstig meningsverschil tussen het stadsbestuur en de raadsheer namens Goes in het college van Gecommitteerde Raden van Zeeland, mr. Mattheus Eversdijk. Voor het begeven van het rentmeestersambt te Axel heeft de magistraat enige schepenen uit haar midden voorgedragen, namelijk mr. Johan van der Hille en mr. Nicolaas Sommerzee. Hierover is aan raadsheer Eversdijk een brief van voorschrijving geschreven. Deze schuift echter z'n eigen zoon, mr. Nicolaas Eversdijk, naar voren met terzijdestelling van het besluit van de Goese magistraat. Het stadsbestuur neemt het zeer hoog op dat Eversdijk z'n eigen belangen boven die van de stad heeft gesteld. Het overweegt 'dat haar agtbaren sulks niet anders konden verstaan als met seer veel misnoegen, also deselve boven andere consideratiën tegemoet sien, dat hier door den band van sijne sijde ten eenenmale werd verbroken'. Tot haar groot leedwezen heeft het stadsbestuur moeten constateren dat hij, 'prefererende syne eigen belangen boven die van dese stad ende regering, het bestaan heeft regelregt tegen haar agtbaren intentie te handelen en sijn soon te benificeren, die al reede uit den hoofde van haar agtbaren soo wel geaccommodeerd was'.

Het stadsbestuur persisteert echter bij zijn vorige resolutie. Eversdijk wordt daarvan niet alleen kennis gegeven, maar ook met nadruk gelast 'voor het houden van de resumptie over dese dispositie van den raad op zijnen soon soodanig te bestellen dat aan haar agtbaren begeerte werde voldaan. Echter bij volharding en uitvoering van deselfs conduite in desen zal de magistraat ook niet nalaten werkstellig te maken al het uiterste dat zij tegen haar Gecommitteerde Raad in recht en vermogen hebben, hetwelk haar agtbaren egter veel liever door een vrundelijk en voldoende gedrag sagen geprevenieerd'. Deze missive wordt aanstonds per expresse verzonden. Gecommitteerde Raad Mattheus Eversdijk toont zich genegen het stadsbestuur alle genoegdoening te geven, 'sijnde te dien einde enige presentatiën gedaan om dit different door middel van inschikking te vinden'. De gedeputeerden naar de statenvergadering zullen hierover met hem spreken om te trachten tot overeenstemming te komen.

Het conflict is hiermee echter niet opgelost. In december 1712 staat het stadsbestuur zeer uitvoerig stil bij de kwestie over het vergeven van het rentambt te Axel. Niettegenstaande de uitdrukkelijke wens van het stadsbestuur heeft raadsheer Eversdijk de benoeming van zijn zoon mr. Nicolaas Eversdijk doorgedrukt. Uit zijn uitlatingen is af te leiden dat hij het standpunt van de Goese magistraat nauwelijks serieus neemt. Enerzijds geeft hij te kennen over een oplossing van het geschil te willen praten, maar anderzijds zorgt hij ervoor dat Gecommitteerde Raden akkoord gaan met de benoeming van zijn zoon. Hoe hoog het stadsbestuur de eigengereide handelwijze van Eversdijk opneemt blijkt wel uit de volgende beraadslaging: 'Alle hetwelk overwogen ende daarop gedelibereerd zijnde, hebben haar agtbaren geoordeeld dat zodanige conduite ende veragtinge van hare regtmatige en gefondeerde intentie niet alleen aanloopt tegen het betamelijke maar ook tegen de plicht en het uitgedrukte engagement van hem heer Eversdijk in het aanvaarden van de bediening als Gecommitteerde Raad van deze stad. Ende dat derhalve tot voorkoming van verdere nadelige consequenties en, behoudens de eer ende het respect van de regering, ende ingevolge haar agtbaren voorseide missive van den 6 november ll, hetselve zonder misnoegen ende het uiterste ressentiment, niet kan worden geleden, waarvan de finale resolutie is uitgesteld tot nader vergadering'.

Burgemeester mr. Adriaan Eversdijk en schepen mr. Johan Leydekker protesteren tegen het nemen van deze beslissing en verklaren 'onschuldig te willen sijn van alle onheilen, die hier uit in tijd en wijlen souden ontstaan ende versogt dat daarvan in de notulen aantekening mocht worden gedaan, waartegen alle de andere heren eenparig hebben gesustineerd ende doen aantekenen dat de voorseide resolutie op gefundeerde redenen ende in alle delen wettig en conform de order van de regering genomen sijnde, geenerlei protest konde subject wezen te min het voorseide om dat hetselve niet vervat eenig argument ofte reden ter contrarie'.

In december 1712 komt de kwestie nogmaals uitvoerig aan de orde. 'Tot handhaving van de eer en luister van de regering en tot voorkoming van verdere nadelige consequentiën' besluit het stadsbestuur 'de commissie die de 15e november 1705 op de heer mr. Mattheus Eversdijk als haar agtbaren Gecommitteerde Raad is geconfereerd, te discontinueren en in te trekken en vervolgens het ambt voor vacant en impetrabel te verklaren'. En omdat het zeer gewenst is de vacature zo spoedig mogelijk te vervullen met een ander bekwaam persoon benoemt het stadsbestuur tot Gecommitteerde Raad van Goes de heer Anthony Nollens, heer van Bruinisse, 'waarmede de heer van Bruinisse in haar agtbaren vergadering gekomen zijnde, is gefeliciteerd met toewensinge van alle prosperiteit in het voorseide ambt'. Hij krijgt een uitvoerige instructie mee. Burgemeester mr. Adriaan Eversdijk en schepen mr. Johan Leidekker protesteren tegen dit besluit. Ze willen onschuldig zijn van alle onheilen die hier uit zouden kunnen ontstaan en verzoeken hiervan in de notulen melding te maken.

Door de promotie van Anthony Nollens, heer van Bruinisse, tot Gecommitteerde Raad van Zeeland vaceert het rentambt van de ordinaire en extra-ordinaire penningen op de landen over een gedeelte van het eiland. Mr. Nicolaas Sommerzee krijgt de stem van de stad voor deze functie.  

In 1713 komt een van de secretarisplaatsen vacant door de promotie van mr. Adolf Westerwijk tot burgemeester. De nieuwe stadssecretaris, klerk van de weeskamer en griffier van het landrecht is doctor Christoffel Annaart, een van de regerende schepenen van de stad. Annaart heeft 'haar edel agtbaren voor deze verkiesinge seer gedienstelijk bedankt'.

Nog een staaltje van het vergeven van baantjes speelt zich af in 1713. Mr. Cornelis Eversdijk, de dijkgraaf van de watering bewesten Yerseke, overlijdt. Het is van belang hoe eerder hoe liever in de vacature te voorzien. Met eenparige stemmen draagt het stadsbestuur burgemeester Adolf Westerwijk voor tot dijkgraaf van de brede watering. Kort daarop komen Robbert van Schilperoort en de secretaris Marinus Oyee als gedeputeerden van het college van gezworenen ter vergadering. Ze leggen het stadsbestuur een zekere resolutie van 29 mei 1713 voor, die bij pluraliteit van stemmen in het college van gezworenen is genomen. Daarbij nomineren ze tot het vacante dijkgraafschap de heer mr. Robbert van Schilperoort. De magistraat persisteert echter bij haar besluit om mr. Adolf Westerwijk voor te dragen.

In mei 1713 beraadt het stadsbestuur zich hoe de gedeputeerden van Goes zich hebben te gedragen wat betreft de vacature van rentmeester van de gemene middelen van consumptie over het eiland. Nog steeds bedient mr. Nicolaas Eversdijk dit ambt, terwijl het stadsbestuur mr. Adriaan Isebree hiervoor had aanbevolen. Het stadsbestuur besluit te persisteren bij haar besluit en bij Gecommitteerde Raden krachtig te pleiten om het rentambt aan Isebree op te dragen.

In september 1713 vraagt schepen Isebree burgemeester Eversdijk aan de orde te stellen hoe hij zich 'als hebbende haar agtbarens stem tot het bedienen van de ontfang van de middelen van consumptie' op de aanstaande verpachting dient te gedragen. Burgemeester Eversdijk weigert dit een- en andermaal. De tweede burgemeester Adolf Westerwijk verklaart dat hij bij blijvende weigering zich genoodzaakt ziet, gelet op het gevoelen van bijna alle regenten, de zaak in omvraag te brengen, temeer omdat de verpachting al zo nabij is. Eversdijk verklaart echter 'noch nu noch ooit deze zaak in omvraag te zullen brengen'. Daarop besluit het stadsbestuur mr. Adriaan Isebree te machtigen 'om als haar agtbarens gedeputeerde tot de voorseide ontfang te compareren en te occuperen ter verpachting van de gemene landsmiddelen, die op aanstaande vrijdag ten stadhuize staat te geschieden, aldaar het cohier aan te vullen en alles op te schrijven en aan te tekenen zoals behoort om also in staat te kunnen wezen als rentmeester zoo haast door haar edelmogenden ten principale zal wezen gedisponeerd'. Tegen deze resolutie protesteren burgemeester Eversdijk en schepen mr. Johan Leydekker.

In 1711 krijgt de stad er twee notarissen bij, namelijk de procureur Pieter Verijser en Adriaan Alvarez. In de plaats van de ontslagen Henricus Hoogkamer wordt tot vierde procureur van de vierschaar en van het landrecht verkoren Jan de Wolf.

Bloemlezing uit de stadsrekeningen

1711

Betaald aan Jan Aarnoutsen voor het uitbaggeren van de Karnemelkseput £ 2.11.0 en voor het uitbaggeren van de put bij de 's-Heer Hendrikskinderenpoort £ 2.10.11; Jan Smallegange voor het vermaken van het peerijzer van de windmolen £ 1.19.0 en voor het vermaken van het klauwijzer aan de windmolen £ 1.6.6; Meerten Fransen voor geleverd zaad voor het ijken van de stadscorenmate £ 1.4.8; de scheepstimmerman Jacob Binnenhof voor het repareren van de stadsmol en pont £ 9.12.0; Marinus Absalomse voor geleverd koperdraad voor het klokspil £ 1.1.4; Francois Pauwels voor levering van 14.000 klinkers £ 17.15.10.

1712

Betaald aan David Sandra voor levering van 18.200 dubbele straatstenen £ 97.10; de scheepstimmerman Jacob Binnenhof voor het repareren van de stadsponten en mol £ 8.8.0; de scherprechter Johannes Schnijder voor het publiek geselen en brandmerken van twee personen in juli 1713 £ 18.5.0; Elisabeth Goeree voor het schoonmaken van de stadsmarkten £ 8.10.0; Cornelis Clasen voor port van de brief behelzende het tekenen van den vrede tussen de Koning van Vrankrijk en deze staat £ 0.10.6; Lieven Daniëlse, schipper van Gent, voor de leverantie van 32.300 Doornikse straatstenen £ 138.12.5; Reynier Knuyt voor levering van 350 karren zand £ 14.11.8; de smid Krijn Mus voor het vermaken van het peerijzer in de waterkorenmolen £ 7.17.2; Jacob Cools voor het visiteren van het orgel een jaartractement van £ 8.6.8; aan geleverde spijzen, tin, servetten, koude keukens, etc. voor de Sint Jansmaaltijd en de vieringe £ 152.15.0; Adriaan Merison voor het leggen van de rijsberm aan de west- en oostzijde van de haven £ 23.7.4; Huybregt Janse Rijkes weduwe voor levering van 16.600 bossen rijs en staken en 2150 bos gaarden £ 84.11.11.

1713

Betaald aan Pieter Sloover voor het volaarden en krammen van 51 roeden aan stadsdijk aan de westzijde van het hoofd £ 7.4.6; de stadsdrukker Janus Meijer voor het drukken van 100 ordonnantiën van de weeskamer £ 3.6.8; Christiaan Meijer, 'gewezen Joodse rabbi in de stad Hamburg en tot de gereformeerde religie overgegaan, wat hem door het stadsbestuur gunstelijk is toegelegd tot het opzetten van een ververij' £ 2.11.0; aan bakker Marinus Ooms voor het bakken van rogge- en tarwebroden van 1712 tot en met 1714 welke aan soldaten en passanten zijn meegegeven £ 2.13; Leendert Bakker voor het maken van nieuwe boeken voor prijzen voor de discipelen van de Latijnse school £ 5.15.0 en voor levering van papier, pennen, schrijfboeken, lak, etc. £ 30; Logier Gerardse voor het volaarden en bekrammen van de stadsdijk bij het gericht ter grootte van 32 roeden £ 11.11.0; de scheepstimmerman Jacob Binnenhof voor het timmeren aan stadsvaartuigen en het dichtmaken van de watermol £ 10.10.0; Nicolaas Hanke te Middelburg voor koop van538 voet scheepsplanken £ 22.18.0; Jan de Schoemaker voor levering van 960 voet planken £ 32.16; voor het vangen en opbrengen van 17 zeehonden £ 8.10.0.