Aanvulling? Meld het hier.
<<

Zorg (1711 - 1713)

Gezondheidszorg

In mei 1712 klagen de apothekers opnieuw erover dat de stadsgeneesheren (de medicine docters) medicijnen leveren aan de burgers. Hierover raadpleegt het stadsbestuur de medicine docters.

Vroedvrouwen

Johanna Kuijpers uit Sprang in de Langstraat solliciteert in augustus 1713 als vroedvrouw met de volgende brief: 'Ik vroetvrou Johanna Kuijpers tot Sprang in de Langstraet heb verstaen als dat u daer gare een vroetvrou soudt hebben die haer saken wel verstaet. Waervoer ik mijn uyt geve dat daer geen saken sijn bij een vrou of ik hebse ondergaen en heb zo jare vroetvrou geweest en heb aen de kant van Vierdaele duijsent kinderen gehaalt en ik ben 52 jaer oudt en als de agtbaere heren daer sin in hebben konnen mijn als haer belieft antwoert op doen en zou versoeken als dit geschiede vrij van alle laste en vrij van woening en vrijen brant en verder het traktement dat u eedele mijn toe soudt leggen nae presentasie van mijnen dienst aen de agtbaere heeren. Als de naem mijn bekent gemaekt is van de heer Koman. Blijve u dienstwillige Johanna Kuijpers, sal hier op tijding verwagten'. Het stadsbestuur gaat hier niet op in.

Gasthuis

In mei 1711 zijn de buitenregenten van het gasthuis genoodzaakt een buitengewone reparatie te doen aan het Gasthuis, namelijk 'aan de Vrouwekamer, twelk aan alle zijden in sijn muren genoegzaam geheel soude moeten worden vernieuwd'. De geldmiddelen ontbreken 'door dierte der granen van de naastvoorgaande jaren en door de overvloedige aanval van passanten'. Ze krijgen vergunning ambtobligaties te verkopen. In 1713 krijgen de buitenregenten toestemming om 1 gemet en 16 roeden zaailand, eigendom van het gasthuis, gelegen in het noordambacht van Kloetinge, als zijnde tot weinig of geen bate, te verkopen.

Oude mannen- en vrouwenhuis

In 1713 overlijdt de buitenregente van het oude mannen- en vrouwenhuis, juffrouw Magdalena Verstrate, weduwe van Marinus de Kok. Het stadsbestuur oordeelt dat zo spoedig mogelijk in de vacature moet worden voorzien door een ander bekwaam persoon. In haar plaats komt juffrouw Johanna Oostee, echtgenote van Marinus Drijwegen.

Weeshuis

In januari 1711 verkeert het gecombineerde arm- en weeshuis in financiële moeilijkheden 'vermits het huis daaglijks hoe langer hoe meerder door het inkomen van vele kinderen wierde beswaard, ten ware enige landerijen die enige tijd herwaarts weinig pacht hadden opgebracht, wierden verkocht'. De buitenregenten krijgen toestemming ten overstaan van twee schepenen enige van de geringste landen, die al geruime tijd weinig pachtpenningen hebben opgeleverd, te verkopen.