Aanvulling? Meld het hier.
<<

Algemene toestand (1751 - 1759)

In oktober 1751 sluiten de Europese vorsten een alliantie. Gecommitteerde Raden van Zeeland berichten het stadsbestuur van de hoogmogende heren te hebben ontvangen een copie van het Tractaat van alliantie tussen de Koning van Groot-Brittannië, de Keurvorst van Brunswijk Lunenburg en deze Staat aan de ene zijde en de Koning van Polen en de Keurvorst van Saksen aan de andere zijde. De Goese gedeputeerden krijgen machtiging dit tractaat mede te ratificeren.

Op de 23e oktober 1751 sturen Gecommitteerde Raden van Zeeland het droevige nieuws dat 'dien avond om zeven uur ontvangen is een missive van de Gedeputeerden ter Generaliteit van de 22e, waaruit ze het onverwagts tot derselver uiterste smerte en leedwezen gesien hadden dat het den Almagtigen God behaagd had, na een bedlegering van drie à vier dagen, aan een inflammatie op de borst en keel uit dit tijdelijke in de Eeuwigheid, des morgens omtrent twee uuren, tot Sig te nemen Sijne Doorlugtige Hoogheid den Heere Prince van Oranje en Nassau, Erfstadhouder, Capiteijn en Admiraal Generaal der Verenigde Nederlanden'. Ze menen 'niet te mogen nalaten haar edelachtbaren en de verdere leden van Staat van dit voor de gansche Republiek en voor deze provincie in het bijzonder soo ongelukkig en betreurenswaardig sterfgeval kennis te geven, niet twijfelende of ze sal van een ieder der leden werden vernomen met die selfde aandoening als waar mede haar edelmogenden op de ontfang van deze missive waren aangedaan geweest'.
Gecommitteerde Raden verzoeken gedeputeerden naar het Hof van Zeeland af te zenden op de 1e november om de vacerende plaats van eerste Edele van Zeeland te bespreken.
De gedeputeerde naar de statenvergadering, burgemeester mr. Pieter Parker, geeft op 3 november bericht dat de Staten die morgen besloten hebben een plechtige condoleance naar Hare Koninklijke Hoogheid te zenden, haar als Vrouwe Gouvernante van de minderjarige Prins Erfstadhouder in de eed te nemen en dat verder tot Eerste Edele van Zeeland met eenparigheid benoemd is de minderjarige Prins van Oranje, erfstadhouder, en dat Hare Koninklijke Hoogheid als Vrouwe Gouvernante in diens naam die waardigheid zal bekleden.
Het stadsbestuur besluit verder, dat 'wegens het smertelijk overlijden van Sijn Hoogheid de klokke alhier vijftien achtereenvolgende dagen, uitgezonderd de sondagen, zal worden geluid driemaal daags, iedere reis een uur lang, des morgens van 8 tot 9 uur, des middags van 12 tot 1 uur en des namiddags van 4 tot 5 uur, mitsgaders op de dag wanneer het lichaam van Sijn Hoogheid ter aarde sal werden besteld'.

Ter gelegenheid van het overlijden van de Stadhouder houdt de predikant van de Hervormde gemeente, ds. Cornelis Zoutmaat, een rouwpredikatie. Het stadsbestuur verzoekt hem nadien 'om de lijkrede ter occasie van het smertelijk afsterven van wijlen Sijn Doorlugtige Hoogheijd den Heere Prince Erfstadhouder, laatstelijk door sijn weleerwaarde gedaan, op stadskosten ter drukperse te besorgen ende publiek te maken'.

In januari 1759 komt er een einde aan het gouvernantschap van Hare Koninklijke Hoogheid de Vrouwe Gouvernante. Op de 24e januari besluit het stadsbestuur dat wegens 'het smertelijk overlijden van Hare Koninklijke Hoogheid de Vrouwe Gouvernante de Groote Klok vijftien achtereenvolgende dagen, de zondag uitgezonderd, zal worden geluid driemaal daags, als des morgens van 8 tot 9 uur, des middags van 12 tot 1 uur en des nademiddags van 4 tot 5 uur, mitsgaders op de dag wanneer Hare Koninklijke Hoogheid zal worden ter aarde besteld, zoals hetzelve in den jare 1751 bij het afsterven van Sijn Hoogheid den Heere Prince Erfstadhouder is geschied'.