Aanvulling? Meld het hier.
<<

Algemene toestand (1766 - 1771)

Op 8 maart 1766 treedt Prins Willem V op 18-jarige leeftijd aan als Erfstadhouder, kapitein en admiraal-generaal van de Verenigde Provinciën. De nieuwe stadhouder en Lodewijk Ernst hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel sluiten de Akte van Consulentschap. In deze geheime overeenkomst wordt vastgelegd dat Brunswijk de nieuwe stadhouder Willem V met raad en daad terzijde zal staan en daarvoor slechts aan de Prins zelf verantwoording schuldig is.
Willem V treedt op 4 oktober 1767 in het huwelijk met Prinses Wilhelmina van Pruisen.
In verband met het aftreden in 1767 van Willem van Citters als vertegenwoordiger van de Eerste Edele in Zeeland draagt Stadhouder Willem V de Zeeuwse raadspensionaris Steengracht voor als zijn vertegenwoordiger bij de Zeeuwse admiraliteit. Dit stuit op verzet van de steden Middelburg en Tholen, zodat de Stadhouder uiteindelijk J.A. van de Perre als zijn vertegenwoordiger aanwijst.

De nieuwe Stadhouder dringt bij de Staten-Generaal aan op versterking van leger en vloot. Hij wil zo de deplorabele toestand van leger en vloot verbeteren in verband met het dreigende oorlogsgevaar.
In deze jaren worden de Zeeuwse eilanden geteisterd door pest en veeziekte.
Een ander dreigend gevaar voor de welvaart van de stad is de toenemende verlanding van het Goese vaarwater. Een lijdensweg is ook de vernieuwing van het klokkenspel in de toren van de Grote kerk.