Aanvulling? Meld het hier.
<<

Algemene toestand (1772 - 1777)

Het zijn jaren waarin, onder uiterlijke welvaart, onrust en woelingen de overhand krijgen. Er is beduchtheid voor de vrede van Europa en de veiligheid van ons land. Vooral nadat de Verenigde Staten zich onafhankelijk hebben verklaard, begint er een uitgebreide handel op de West. De plantages beloven grote winsten. Land- en zeemacht zijn diep vervallen. Versterking van leger en marine is zeer noodzakelijk. Omdat de landsregering het niet eens kan worden over de vraag wat het eerst dient te worden versterkt, gebeurt er niets. De vermaning van de Stadhouder tot eendracht en samenwerking is vruchteloos. Zo gaan, bij het naderen van gevaar, zes kostbare jaren ongebruikt voorbij.
‘Dagelijks meer werd het stadhouderlijk gezag als buitensporig, Groot-Brittanje als vijand, Frankrijk als steun, de wijsbegeerte der eeuw als richtsnoer, beschouwd. De gebeurtenissen waren niet ver af meer, waardoor, onder de gloed der driften, de kiem van tweespalt, oorlog en ondergang tot rijpheid zou worden gebracht’ (Groen van Prinsterer in zijn Handboek der Geschiedenis van het Vaderland).

Ook in het Zeeuwse gewest is sprake van onrust. Gecommitteerde Raden van Zeeland sturen het stadsbestuur in maart 1775 bericht ‘dat de tumultaire bewegingen, onlangs in het eiland Walcheren ontstaan, des nachts tussen de 9e en 10e maart, door het afscheuren van de waarschuwing bij Staatsresolutie van de 23e februari gearresteerd en aanplakking van een naamloos schampschrift en dreigementen in vilipendie van hun edelmogenden placcaten inplaats van dien, wederom waren begonnen’. Ze stellen in april een commissie in die onderzoek moet doen naar de redenen van de ontstane bewegingen op Walcheren. De commissie bestaat uit een regent van Zierikzee, een uit Goes en een uit Tholen naast twee uit Gecommitteerde Raden en de Rekenkamer. De afgevaardigde namens Goes is burgemeester mr. L.P. van de Spiegel.
In september 1775 komt er van Gecommitteerde Raden een volstrekt verbod van alle uitvoer van ammunitie van oorlog, buskruit, geschut en kogels met schepen die onder de domeinen van Groot Brittannië thuis horen.

Naast de toenemende onrust zijn er deze jaren grote problemen met de dreigende verlanding van het vaarwater, het Goese diep. Daardoor kwijnt het economisch leven en worden tal van bedrijfstakken in de stad getroffen. Allerwege is verval en teruggang in de inkomsten te bespeuren o.a. bij de winkeliers, bakkers, herbergiers en tapperijen. Verder waart de veeziekte op het eiland rond als een voortdurende gesel.