Aanvulling? Meld het hier.
<<

Openbare voorzieningen (1778 - 1784)

Stadhuis

De stadsdirecteuren krijgen in januari 1779 opdracht om op de toren van het Stadhuis een nieuwe kap te plaatsen volgens de mal die ze aan het stadsbestuur hebben vertoond.

De stadsrekeningen vermelden hierover de volgende betalingen en ontvangsten:

  • Petrus Lauwers voor levering van vier ronde stenen kolommen met de basementen en kapitelen £ 10.0.6;
  • Jacobus van der Bilt te Middelburg wegens leverantie van beeldhouwerwerk £ 35.15;
  • Joseph Soldati voor gedaan plakwerk op het stadhuis £ 14.15;
  • Hubertus Harinck voor levering van hout voor de kap van de stadhuistoren £ 283.18;
  • Jacobus van der Bilt voor beeldhouwerwerk £ 6.6;
  • C. Kayser voor een gedane inspectie van de stadhuistoren £3.10;
  • P. Roms voor leverantie van acht kapitelen ‘op den Koepel van ’t Stadhuis’ £ 20;
  • Hendrik van Diest wegens zijn gehouden opzicht over al het werk aan het stadhuis  £ 16.13.4;
  • ontvangst wegens verkoop op de 10e augustus 1779 van het oude hout van de stadhuistoren £ 7.2.5.

In april 1782 geven de stadsdirecteuren kennis dat ze met de beeldhouwer Van Diest tot extinctie van zijn voorgevende pretenties ten laste van de stad zijn overeengekomen om hem onder kwitantie van vol acquit uit te keren ineens honderd guldens.

In maart 1780 overlijdt Jan Sonius, de klokkeluider van de grote klok in de toren van het Stadhuis en van de dagklok van de Kleine of Gasthuiskerk. Tot nieuwe klokkeluiders worden aangesteld Janis Verplakke van de stadhuisklok en Marinus Crombouw van de dagklok van de Kleine kerk. De klokken worden geluid ‘s morgens om 8 uur, ‘s middags om 12 uur en ‘s avonds om 7 uur.

Bank van lening

In december 1778 blijken sommige personen, die ‘door de armen’ worden ondersteund, in de stadsleenbank zelfs zodanige goederen te verpanden die hun tot kleding of deksel worden gegeven. De bankier in de bank wordt gelast geen goederen hoegenaamd van deze personen te belenen. En om de bankier in staat te stellen bekend te zijn met degenen die door ‘de armen’ worden bedeeld, zal hem door de buitenregenten van het weeshuis of de diakenen een lijst van de bedeelde armen ter hand worden gesteld.

Scheepswerf

De scheepstimmerman Gillis Welle krijgt in 1783 vergunning om zijn scheepstimmerwerf te vergroten op een gedeelte van stadsgrond, in te nemen ter plaatse zoals door hem verzocht. De afheining moet geschieden onder het opzicht van de stadsfabriek.

Posterij

Thomas Baker, die in 1768 voor 14 jaar tot Commies der posterij binnen de stad is aangesteld, verzoekt in juli 1781 hem voor zijn verdere leven of anders voor zodanige termijn als het stadsbestuur goedvindt, te continueren in zijn bediening van postmeester. De stadssecretarissen krijgen opdracht het contract tussen de postmeester te Steenbergen J.O. Le Jeune en de commies Baker na te zien en hierover te adviseren. Uitvoerig rapporteren de secretarissen over het eventueel voortzetten van het contract. Naar aanleiding van hun advies besluit het stadsbestuur het contract voor 7 jaar te verlengen. Er zijn geen redenen om dit niet te doen. Enkele details worden nader geregeld.

Straten en wegen

Voor het verharden van straten en wegen laat het stadsbestuur geregeld schepen straatsteen komen. De vaste leverancier hiervan is monsieur Matthijs de Smits, koopman te Brussel. In 1779 levert hij drie schepen blauwe straatsteen, in 1780 twee en in 1783 nog eens drie schepen.

In oktober 1780 blijkt de weg, strekkende van de stadssingel langs het Valckeslot, door het opvoeren van slechte aarde geheel onbruikbaar te zijn gemaakt. De baljuw inspecteert samen met twee schepenen de situatie en zal, als ze dat nodig oordelen, de aanleggers gelasten de weg zodanig te effenen als ze nodig oordelen.

Het stadsbestuur besluit in oktober 1783 dat met ingang van november het een ieder, hetzij onder de stadsjurisdictie hetzij daarbuiten wonende, zal zijn toegestaan de straatmest uit de stadsmestputten te halen, mits voor ieder voer tot voordeel van de stad betalende drie schellingen en vier grooten Vlaams.

Plantsoenen

De stadsdirecteuren krijgen in november 1778 machtiging tot de verkoop van de stadsbomen, staande rondom de Oostschans en op de dijk van het pesthuis naar de Oostschans. De verkoop levert £ 123.13.5 op. In november 1780 is dit het geval met de bomen, staande aan de Westschans, het Fort bewesten de haven, met uitzondering van zodanige bomen die tot gemak van de schippers in het varen dienstig kunnen zijn, evenals de bomen staande aan de stadswal van de Oostpoort zuidwaarts tot aan de zogenaamde Lijndraaiersdijk. De opbrengst hiervan is £ 217.

Huizen

Door het overlijden van de voormalige stadsfabriek Boudewijn Cramer in april 1782 komt het stadshuis aan de Kleine Kade nummer 45, waarin hij heeft gewoond, ter beschikking van de stad. De stadsdirecteuren krijgen opdracht het huis tot het meeste voordeel van de stad te verkopen. Het stadshuis wordt voor £ 100 verkocht aan mr. Willem Canisius.

In juni 1782 maken de stadsdirecteuren met Machiel Heynen, die naast de stads Franse school woont, een contract ‘om het regenwater, tussen het huis van Heynen en ’t Fransche schoolhuis vallende, op te vangen in de regenbak van de school, mits dat de goot tussen beiden lopende alleen wordt onderhouden door de stad’.

Het stadsbestuur besluit in december 1782 ingaande 1783 ‘van alle huizen binnen de stad en jurisdictie, die van eigenaar hetzij door verkoop of anderszins veranderen of die opnieuw met verbanden worden bezwaard en waarvan bij gevolg de achterstallige huisschattingen moeten gezuiverd worden en de jaarlijkse huisschattingen bij de expiratie van elk jaar in handen van de secretarissen of die daartoe van hunnentwege zijn gecommitteerd, zal moeten worden betaald in plaats van gelijk tot heden toe is gepraktiseerd, dat die betaling van over het 2e vervallen jaar, is ingevorderd, blijvende de secretarissen geautoriseerd om tegen de onwilligen bij parate executie te procederen’.