Aanvulling? Meld het hier.
<<

Algemene toestand (1807 - 1813)

Algemene toestand in de stad

Het zijn zeer enerverende jaren. De stad gaat gebukt onder de Franse overheersing.
Zowel Koning Lodewijk Napoleon als Keizer Napoleon brengen bezoeken aan de stad.
Het vaarwater is bijna geheel dichtgeslibd. Schepen kunnen de stad nauwelijks meer bereiken.
Na tientallen jaren van vergeefse pogingen om goedkeuring en geldmiddelen van hogerhand te verwerven, krijgt de stad in 1809 toestemming voor een nieuwe haven en een sas. Dit gaat gepaard met de inpoldering van de in het Goese Diep liggende schorren en slikken en het ontstaan van de Wilhelminapolder.
De stad is deze jaren zeer armlastig en zucht onder de zware belastingen. De neringen kwijnen en de bedrijvigheid van de 18e eeuw is zo goed als verdwenen.

Storm en watervloed

Op 14/15 januari 1808 woedt er een geweldige storm over ons land, gevolgd door een grote watervloed. De stadsdirecteuren rapporteren aan het Stadsbestuur dat in de storm en hoge vloed aan het hoofd en de kaaien verscheidene beschadigingen zijn veroorzaakt. Het is noodzakelijk dat spoedig middelen tot herstel ter hand worden genomen. Het Stadsbestuur geeft hen opdracht met de grootste spoed maatregelen te treffen die naar hun oordeel tot herstel van de geleden schade het meest dienstig te zijn.
Het blijkt dat de stad geen aanzienlijke schade heeft geleden. Maar dit is te meer het geval in verscheidene gedeelten van het eiland en in het bijzonder in de gemeente Kruiningen als gevolg van inundaties. In het gebouw van de voormalige schutterij van de Busse worden enige van de ongelukkige ingezetenen van Kruiningen gehuisvest.

Begin februari 1808 komt er een kennisgeving van de Kwartierdrost dat Zijne Majesteit Koning Lodewijk Napoleon in zijn milddadigheid niet minder dan een som van ƒ 50.000 uit zijn privé kas heeft bestemd om uitgedeeld te worden onder de ongelukkige Zeeuwse ingezetenen die slachtoffers zijn van de watervloed van 14/15 januari. Navraag wordt gedaan naar degenen die het meest hebben geleden, de grootte van hun verlies en van de bijstand die zij in hun behoeftige omstandigheden behoeven.
Aan de huizen wordt een collecte gehouden tot leniging van de nood onder de slachtoffers van de watervloed. Deze brengt een bedrag op van £ 74.3.11.
Ook wordt er binnen de gemeente een inschrijving geopend voor de door de watersnood getroffen landgenoten. Een gesloten kist wordt in het Stadhuis geplaatst voor degenen die verkiezen hun giften daarin te storten. Langs de huizen wordt een collecte gehouden. Het op deze wijze ingezamelde geld zal aan de Landdrost worden gezonden.
Op de 21e, 23e, 24e en 25e februari wordt op een van de vertrekken van het Stadhuis een kist geplaatst en een register gelegd voor het storten of inschrijven van giften. Op de 27e februari houdt een commissie uit het Stadsbestuur en twee notabelen uit de burgerij een collecte langs de huizen. Er wordt een bedrag ingezameld van ƒ 903.11.-.
Zijne Majesteit de Koning beveelt bovendien dat op woensdag de 22e februari binnen het Koninkrijk een dank- en bededag zal worden gehouden. De ingezetenen worden aangemaand ‘tot een gepaste eerbied om deze dag op een plechtige wijze te vieren’.

De daartoe ingestelde commissie legt op de 25e februari de door haar opgestelde lijst van de veroorzaakte schade over. De commissie wordt bedankt ‘voor den iever waarmede zij deze belangrijke en moeilijke commissie wel hebben willen uitvoeren’.

Franse invloeden

Deze jaren zijn allerlei Franse invloeden merkbaar.

Bij Koninklijke Decreten wordt opdracht gegeven allerlei gegevens over de bevolking in te zenden. Zo wordt bij Decreet van de 28e mei 1807 gelast registers in elke gemeente te formeren van het aantal inwoners; van de huishuren; van ieders beroep; van het aantal van de hoornbeesten, paarden en schapen en de hoeveelheid grond bij elke boerderij; van wat ieder betaalt in het personeel, aan dienstbodegeld, paardegeld, runderbeesten en patenten.

Eind januari 1808 komt er een Decreet van Zijne Majesteit de Koning waarbij de havens van het Koninkrijk voor alle schepen worden gesloten met uitzondering van de gewapende vaartuigen van de geallieerden. De vissers komen onder het onmiddellijke toezicht van de burgerlijke en militaire machten. Aan boord van elke uitvarende visschuit wordt een militair geplaatst.

Op de 11e maart 1809 komt er een Koninklijk Decreet waarbij wordt voorgeschreven de namen van de maanden te veranderen in Louwmaand (januari), Sprokkelmaand (februari), Lentemaand (maart), Grasmaand (april), Bloeimaand (mei), Zomermaand (juni), Hooimaand (juli), etc.
Ook verschijnt er een Koninklijk Besluit op de 27e mei 1809 waarbij het departement Zeeland wordt verdeeld in vier kwartieren. De eilanden Zuid-Beveland, Wolphaartsdijk en Oost-Beveland gaan het tweede kwartier uitmaken. De Kwartierdrost zal te Goes residentie houden.
Een andere bepaling, van belang voor de kerken, is dat de uitoefening van de rooms-katholieke godsdienst openbaar zal zijn.

Zeeland wordt een afzonderlijke provincie van het Franse Keizerrijk. Op de 26e mei 1810 komt er een Keizerlijk Decreet met de bepaling dat de Zeeuwse eilanden een afzonderlijk departement van het Franse Keizerrijk zullen uitmaken onder de benaming van ‘het Departement der Monden van de Schelde’.

In december 1809 komt er bericht van de Landdrost over de gewijzigde organisatie van het bestuur. Hij geeft zijn intentie te kennen dat de Raad van Goes, onder de superintendentie van de Kwartierdrost, wordt opgedragen de directie te voeren over het gehele eiland Zuid-Beveland. Het Stadsbestuur besluit echter dit verzoek te weigeren. Maar kort daarop komt een nadere beslissing van de Landdrost dat de Raad met de directie van het eiland wordt belast. Dit laat onverlet dat de Raad zodanige personen uit de gemeentebesturen of de secretarissen ten plattelande tot assistentie kan nemen als nodig mocht bevonden worden. Maar het Stadsbestuur besluit opnieuw dit te weigeren en de Landdrost hiervan kennis te geven.
De Landdrost blijft er met nadruk op aandringen dat de Raad de directie over het gehele eiland op zich neemt. Dat is ook de intentie van de Minister van Eredienst en Binnenlandse zaken. Ook nu blijft het Stadsbestuur bij continuatie weigeren.

De Kwartierdrost geeft op de 16e juni 1810, in opdracht van de Prefect, een order tot het doen van een algemene opschrijving van de ingezetenen met hun namen, geboorteplaatsen, ouderdom, bedrijf en de godsdienst die zij belijden. Daarvan dient een algemene staat aan de Prefect te worden ingezonden. De griffiers en stadsboden zullen aan de huizen deze informatie verzamelen.
Een week later, op de 23e juni 1810, komt er een order van de Prefect aan de besturen van de steden en plaatsen om een staat te formeren van de deuren en vensters van de huizen in iedere gemeente. Deze staat kan dan dienen voor de aanslag van de contributie die daarop in het volgende jaar zal moeten worden betaald. Het Stadsbestuur besluit een algemene opneming van de deuren en vensters in en onder de stad te laten doen.
En in augustus 1810 gelast de Prefect van het departement dat aan de Sous Prefect moet worden toegezonden een opschrijving van de paarden binnen de gemeente.

Op de 4e augustus 1810 deelt de heer P.A. Ossewaarde mee dat hij is aangesteld als Sous Prefect over het arrondissement Goes. Op voorstel van de president besluit het Stadsbestuur (de Raad) de heer Ossewaarde in zijn functie als Sous Prefect van Zuid- en Noord-Beveland ten zijnen huize te complimenteren. Dit wordt door Ossewaarde ‘op een gratieuze wijze beantwoord’.

Onder Koning Lodewijk Napoleon

In januari 1807 is er een grote ramp in de stad Leiden door het springen van een kruitschip. Op de 24e januari 1807 komt er een verzoek van Zijne Majesteit Koning Lodewijk Napoleon om een inzameling te houden onder alle inwoners van het land. Het Stadsbestuur besluit besloten kisten te plaatsen en een inschrijving te houden. De inzameling in Goes brengt ƒ 1.713:9:4 + aan coupons ƒ 68:10:- op.

Op de 30e augustus 1808 komt er een aanschrijving van de Landdrost dat ’s Konings verjaardag op 2 september is en dat het Zijne Majesteits oogmerk is dat deze dag op een plechtige wijze wordt gevierd. Met dat doel zal op deze dag ‘s morgens om tien uur in de kerken van alle godsdienstige gezindheden een dank- en bedestond worden gehouden. Verder kan ‘het Zijne Majesteit niet dan welgevallig zijn hoogstdesselfs geboortedag op eene wijze gevierd te zien die de erkentelijkheid en liefde der natie aan den dag legt’.
Het Stadsbestuur besluit de vlag op de stadhuistoren te plaatsen en de klokken te luiden of te bespelen en verder alle openbare neringen en bedrijven te doen stil staan. In de middag zal door de gewapende burgermacht een afzonderlijke parade worden gehouden, terwijl ‘s avonds het afsteken van vuurwerk zal zijn toegestaan.
In oktober 1809 komt er een voorschrift van Zijne Majesteit de Koning om in de gebeden in de kerken met name ook voor de Koning te bidden. Zijne Majesteit is zeer gezet dat zijn bevelen worden uitgevoerd.

Verbod op handel met Engeland

Alle handel en correspondentie met Engeland is deze jaren streng verboden.
In september 1807 komt er een Decreet van Zijne Majesteit de Koning tot stipte uitvoering van het besluit van de 15e december 1806 tegen het toelaten van schepen die vijandelijke havens hebben aangedaan, het inkomen van Engelse goederen en het onderhouden van correspondentie met Engeland.
Ook in december 1807 komt er een geheime brief van de Landdrost om correspondentie met Groot Brittannie tegen te gaan. Het Stadsbestuur besluit overeenkomstig de inhoud van deze brief te handelen.
Ook moet op zee opgetreden worden tegen Algerijnse zeerovers. In november 1810 is er een brief van de prefect met het bevel om, uit kracht van een Keizerlijk Decreet, op alle goederen die aan Algerijnen toebehoren, beslag te leggen.

Bezoek Koning Lodewijk Napoleon aan Goes

Op de 27e van Lentemaand (maart) 1809 komt er bericht van de Landdrost over een bezoek van Zijne Majesteit Koning Lodewijk Napoleon aan Walcheren en de oprichting van een erewacht te paard in Middelburg. Met deze erewacht zal Zijne Majesteit bij zijn komst in het eiland Walcheren worden vergezeld. Volgens informatie zal het bezoek van de Koning in de helft van de aanstaande maand plaats hebben. Jongelieden die daaraan zouden willen deelnemen, moeten zich onverwijld aan de Landdrost melden.
Het Stadsbestuur besluit de aanschrijving ten spoedigste aan enige heren binnen de stad en het eiland, die geoordeeld worden het meest geschikt te zijn om aan een Erewacht voor Zijne Majesteit deel te nemen, te melden. Deze personen zullen worden uitgenodigd om hun voornemens op morgen aan de stedelijke Raad te communiceren.
Er verschijnen twaalf personen voor de vergadering die bereid zijn om ter gelegenheid van de komst en het verblijf van Zijne Majesteit in het eiland Zuid-Beveland hem als garde d’honneur te vergezellen. Het betreft de heren F. van Hogendorp, J.J. Nepveu, C. van Citters, H. Lenshoek, P.D. van Hogendorp, H.M. van der Bilt, F. de Keijser, N. Eversdijk, D. Dominicus Gzn, J. Dominicus Gzn, D. Dominicus Jac.zn en D. Dominicus Janzn. Hun oogmerk is om een afzonderlijk korps uit te maken van dat wat in het eiland Walcheren is opgericht.
Als hun commandant hebben ze verkoren F. van Hogendorp. Namens het Stadsbestuur geeft de president het genoegen van de vergadering te kennen over hun voornemens die ze aan de dag leggen.

Het Stadsbestuur verzoekt de heren Van de Spiegel en Soetebier zich in de loop van deze week naar Middelburg te begeven om daar hun opwachting bij de Landdrost te maken om met hem de nodige maatregelen bij de aankomst en het verblijf van Zijne Majesteit te bespreken. Op de 1e april rapporteert de commissie over haar overleg met de Landdrost te Middelburg over de te nemen maatregelen bij het bezoek van Zijne Majesteit aan de stad en de wijze waarop hij te Goes dient te worden ontvangen. Het Stadsbestuur bedankt de commissie voor haar inzet en verzoekt de heren Van de Spiegel, La Motthe, Slabber en de secretaris te overleggen over de meest geschikte wijze waarop het een en ander voor de ontvangst en het logement van Zijne Majesteit en zijn gevolg zal kunnen worden verricht. Ze krijgen volmacht om zodanige arrangementen te maken die zij zullen oordelen noodzakelijk te zijn.

De komst van Koning Lodewijk Napoleon wordt op de 22e april 1809 verwacht.
De ingezetenen krijgen het verzoek om hun woningen op de avond van de aankomst van de Koning te verlichten en door het uitsteken van de vlaggen vreugde te betonen. Er mag echter geen vuurwerk worden afgestoken of met enig schietgeweer worden geschoten.
De commanderende kapitein van de burgerwacht wordt verzocht het corps gereed te houden tot het betonen van de nodige eerbewijzen.
Op de 15e april beraadslaagt het Stadsbestuur over de punten die de Koning zullen worden voorgelegd. Dit zijn 1e. de dreigende sluiting van de haven door de verlanding van het vaarwater en 2e. de schuldpositie van de stad.

Uiteindelijk blijkt dat het bezoek van de Koning aan de stad is uitgesteld tot de 10e mei 1809.
Na zijn aankomst in de stad verleent de Koning audiëntie aan de leden van de stedelijke Raad. Het belang van de stad ten aanzien van het graven van een nieuwe haven wordt hem voorgelegd. De dag daarop vergadert het Stadsbestuur om terug te blikken op het bezoek van de Koning. President Ossewaarde deelt de vergadering mee dat Zijne Majesteit hem voor zijn vertrek hedenmorgen bij zich heeft ontboden. Hij gaf hem te kennen ‘dat hij, aan de belangen van deze stad hebbende gedacht, het goedgevonden had dat de haven buiten kosten van de stad zal worden gemaakt en dat het werk nog dit jaar zal aanvangen’.
Verder deelde de Koning mee dat het eiland een afzonderlijk kwartier zal uitmaken, afgescheiden van Walcheren. Over Zuid-Beveland zal een drost worden aangesteld, die te Goes zal resideren. Ook zal deze stad een plaats van de eerste rang worden.
Het zal de Koning aangenaam zijn wanneer de Kleine of Gasthuiskerk aan de rooms-katholieken afgestaan zal worden. En dat met de rooms-katholieken ten aanzien van het onderhoud van de wezen en de goederen van het weeshuis billijke schikkingen worden aangegaan. De Koning verzocht hiervoor maatregelen te nemen.
Verder stelt Zijne Majesteit de stad ter hand de som van duizend gulden om verdeeld te worden onder de vijf eerste meisjes die het weeshuis zullen verlaten, alsook 43 dukaten om verdeeld te worden onder de personen die zich in het Gasthuis bevinden.
Namens het Stadsbestuur heeft president Ossewaarde de oprechtste dankbetuiging aan Zijne Majesteit gegeven voor de toegezegde gunsten. Hij heeft gemeend Zijne Majesteit de verzekering te moeten geven dat aan de door hem kenbaar gemaakte verlangens zal worden voldaan.
Het Stadsbestuur besluit daarop Zijne Majesteit een blijk te geven van de bereidwilligheid van de Raad om aan zijn wensen te voldoen en van de erkentelijkheid van de Raad voor de zo zeer gewaardeerde gunsten die aan de stad zijn toegezegd. Alle maatregelen zullen worden genomen om zijn verlangens volkomen tot stand te brengen.

 

Uit haar midden wijst het Stadsbestuur de heren Soetebier en Van Kleijnputte aan om morgen in een vergadering van de grote kerkenraad van de Nederduitse Hervormde gemeente mededeling te doen van Zijne Majesteits verlangen ten aanzien van de Kleine Kerk en dat het Stadsbestuur het oogmerk heeft om daaraan te voldoen. Bij de kerkenraad zal worden aangedrongen om zich niet daar tegen te verzetten.
Met de rooms-katholieke kerk- en armmeesters zal in overleg worden getreden over de overgang van de Kleine kerk en over de schikking van het onderhoud van de wezen die tot hun kerkgenootschap behoren.

Het Stadsbestuur besluit verder op de 10e mei de nodige maatregelen te nemen om bij de terugtocht van Zijne Majesteit ‘hem wederom te Goes op een voegzame wijze te recipiëren’.
Tot dat doel zullen de illuminaties op de avond van zijn komst worden vermeerderd. Dit wordt bij Publicatie aan de ingezetenen bekend gemaakt. Verder zal van stadswege al datgene worden gedaan dat enigszins kan geoordeeld worden geschikt te zijn om Zijne Majesteits komst en verblijf te Goes te veraangenamen.

Op de 20e mei 1809 rapporteren de heren Ossewaarde, Van Kleijnputte, Soetebier en de secretaris aan het Stadsbestuur dat, ter gelegenheid van het bezoek van Zijne Majesteit op jongstleden dinsdag, door de Minister van Eredienst en de Landdrost een conferentie zal worden gehouden over de belangen van de stad. Deze heren verzochten de meest nauwkeurige informatie over de stadsmiddelen en behoeften. Hen is een kopie van de begroting overlegd.

Keizer Napoleon

Op het feest van de 15e augustus 1807 zal de naamdag van Zijne Majesteit Napoleon en tegelijk de heugelijke gebeurtenis van de gelukkig gesloten vrede op het vasteland worden gevierd. Voor dat doel zullen enkele openbare gebouwen worden geïllumineerd, de klokken worden geluid of bespeeld en de vlaggen van torens en andere publieke gebouwen worden uitgestoken.
Het Stadsbestuur besluit te assisteren bij de grote parade van de militairen en de gewapende burgermacht heden voormiddag. Generaal Van Guericke en de andere officieren, die in garnizoen liggen in de stad, en die van de burgermacht zullen van stadswege op een diner worden onthaald.

Op de 7e van Grasmaand (april) 1810 komt er een kennisgeving van het huwelijk tussen Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit Napoleon en de Aartshertogin Maria Louisa van Oostenrijk.

Het Stadsbestuur ontvangt op de 20e mei 1810 een brief van de commissie, op order van Zijne Majesteit de Keizer benoemd voor de algemene en plaatselijke belangen van Zeeland, geschreven te Middelburg op de 18e mei. Keizer Napoleon geeft daarbij kennis dat het hem is voorgekomen dat dat de geschiktste en misschien de enige gelegenheid zal zijn om de betrekkingen, die iedere stad van dit departement in het bijzonder meent tot zijn welvaart nodig te hebben, onder het oog van Zijne Majesteit te brengen. De Raad wordt daarom uitgenodigd om hem de nodige onderrichtingen te geven over wat deze in het belang van de stad van belang vindt. Het Stadsbestuur besluit een brief over de belangen van de stad in de tegenwoordige gesteldheid van zaken aan de commissie te zenden. Na enkele dagen komt er bericht van de commissie dat de brief van het Stadsbestuur ‘in het Frans gesteld dient te worden’.

In augustus 1810 is er een aanschrijving waarin gelast wordt te zorgen dat ook binnen deze gemeente op de 15e augustus op het plechtstatigst wordt gevierd de verjaardag van Zijne Majesteit de Keizer en Koning op de daarbij omschreven wijze. Besloten wordt de leraars van de godsdienstige gezindheden een exemplaar van dit schrijven toe te zenden met de opdracht om in hun kerkgebouwen overeenkomstig de lastbrief te handelen. Verder besluit het Stadsbestuur over de wijze van vreugdebedrijven in de stad. Dit zal gebeuren door het uitsteken van de vlag van de stadhuistoren en het luiden en spelen van de klokken. Ook zal de goede burgerij van dit heugelijke tijdstip bij Publicatie worden kennis gegeven met de uitnodiging die dag met eerbewijzen en vreugde door te brengen.
Tot meerder aandenken aan de Keizer zal een maaltijd op kosten van de deelnemers worden aangericht. Daarvoor worden uitgenodigd de leden van de stedelijke raad, de leden van de Rechtbank, de plaatselijke commandant en de officieren van het garnizoen.

Het Stadsbestuur ontvangt begin november 1810 een kennisgeving van de overwinning van Keizer Napoleon. Op order van Zijne Majesteit zal op de Zeeuwse kusten, recht tegenover de vijandelijke kruisers, het geschut worden gelost ter ere van de door de Fransche Armee behaalde overwinning te Combre in Portugal.

Begin december 1810 komt er een brief binnen van de sous prefect over het kroningsfeest van Zijne Majesteit de Keizer. Op morgen, de 2e december, zal worden gevierd het Feest der kroning van Zijne Majesteit en de Battaille van Austerlitz met de lastgeving om die dag te vieren. Het Stadsbestuur besluit dit feest in de stad te vieren met het uitsteken van de vlaggen op de publieke gebouwen en door de ingezetenen van hun huizen. Het carillon op de toren zal worden bespeeld. Vuurwerken zullen echter niet worden toegestaan.

Op de 15e augustus 1812 wordt de verjaardag van Zijne Majesteit Keizer Napoleon gevierd. De maire, doordrongen van de verplichting om het geboortefeest van Zijne Majesteit de Keizer en Koning op een plechtige wijze en met de meeste luister op een gedenkwaardige wijze te vieren, neemt de navolgende maatregelen. De vlag zal op de stadhuistoren worden geplaatst tot aankondiging van het feest en om de ingezetenen tot het uitsteken van hun vlaggen uit te nodigen. De grote klok zal zich enkele uren laten horen en het carillon zal worden geluid. Om half elf zal in de kerken een plechtige dankzegging en zullen gebeden worden gedaan voor het welzijn van Zijne Keizerlijke Majesteit.
Het Programma voor het feest is in de Franse taal opgenomen in het notulenboek van het Stadsbestuur. Feest wordt ook gevierd ter gelegenheid van het kroningsfeest van Zijne Majesteit op de 2e december 1813.

Bezoek van Keizer Napoleon aan Goes

Op de 5e mei 1810 komt er bericht dat de Keizer Napoleon het eiland en mogelijk ook de stad Goes ‘met hoogst desselfs tegenwoordigheid zal vereren’. Na een conferentie met de commanderende officier besluit het Stadsbestuur de meest geschikte maatregelen te nemen om de Keizer op een gepaste wijze binnen de stad te ontvangen. De burgerij wordt verzocht de vlaggen uit te steken en, als Zijne Majesteit in de stad mocht vernachten, hun woningen te illumineren. Verder worden maatregelen genomen voor de illuminatie van het Stadhuis en het opstellen van een erepoort in de Voorstad. Voor het logement van de Keizer en zijn gevolg worden voorlopige schikkingen gemaakt.
Maar op de 9e mei constateert het Stadsbestuur ‘dat Zijne Majesteit de Keizer en Koning met hoogstdesselfs Doorluchtig gevolg heden door deze stad zijnde gepasseerd, zonder dat de Raad in de gelegenheid is geweest om Zijne Majesteit haar eerbewijzingen aan te bieden’.
Besloten wordt een delegatie samen te stellen om, wanneer Zijne Majesteit over het eiland zal terug keren, zich te begeven naar de plaats waar hij zal aankomen. De delegatie bestaat uit president Slabber, raadslid Soetebier, de secretaris en de baljuw van de stad. De delegatie dient pogingen te doen tot het verkrijgen van audiëntie bij de Keizer. Als dat gelukt, zullen de heren Zijne Majesteit namens de stad complimenteren en de verzekering van hun hulde en eerbied toebrengen.

In de vergadering van het Stadsbestuur van de 13e mei rapporteert president Slabber dat de delegatie hedenmorgen kans heeft gezien de Keizer bij zijn terugkeer over het eiland te ontmoeten. Het ‘is hen gelukt op een alleszins voldoende wijze aan de commissie te voldoen’. Ze hebben het genoegen gehad Zijne Majesteit aldaar om tien uur te zien arriveren en door tussenkomst van de Hertog van Issinger te spreken. Bij deze gelegenheid hebben ze Zijne Majesteit namens de stad gecomplimenteerd en de verzekering van haar hulde en eerbied aangeboden. Dit werd door Zijne Majesteit ‘op een zeer gracieuze wijze beantwoord’.
Het Stadsbestuur bedankt de heren voor hun genomen moeite.