Aanvulling? Meld het hier.
<<

Algemene toestand (1847 - 1853)

In ons land is de economische nood groot. In 1845 en 1846 heerste de aardappelziekte. Maar ook in 1847 is er in delen van het land een ware hongersnood. De armoede neemt grote vormen aan. Er zijn strenge winters. De graanprijzen zijn niet gunstig. De prijzen van de levensmiddelen zijn hoog. Het aantal bedeelden onder de bevolking is groot. Velen verlaten het land en emigreren naar Amerika vanwege de economische malaise.

Onder Thorbecke vindt er in 1848 een fundamentele herziening van de Grondwet plaats.
Er komt ook een nieuwe Gemeentewet, waardoor de gemeenten meer zelfstandigheid krijgen. De populaire Koning Willem II, ‘de held van Waterloo’, overlijdt plotseling op 17 maart 1849. Op de 12e mei 1849 wordt de nieuwe Koning Willem III ingehuldigd.  

Wellicht door de malaise en armoede doen zich zeer veel kleine misdrijven, overtredingen en diefstallen voor. Het hoofdstuk ‘Openbare orde en veiligheid’ geeft hiervan een indruk. Bedelarij is aan de orde van de dag. Grote zorgen zijn er op het gebied van de armenzorg. Het zet de verhouding met de diaconie onder druk. Er komt een herziening van het gemeentelijke belastingstelsel tot stand.

Op economisch gebied kwijnt de bedrijvigheid. Het hoofdstuk ‘Economische bedrijvigheid’ geeft een overzicht van het verloop van ambachten, winkels en bedrijven. Wel komen er twee nieuwe fabrieken voor de verwerking van de meerkrap. De Kamer van Koophandel vestigt zich deze jaren in Goes.

Belangrijke ontwikkelingen dienen zich aan. De plannen voor het nieuwe kanaal door Zuid-Beveland en voor de aanleg van een spoorlijn door Zeeland krijgen vaste vorm. Stoombootdiensten leggen aan bij het Goese Sas, het Catsche veer en Yersekendam. Er ontstaat een levendig stelsel van postwagen- of diligencediensten. Beurtveren komen door de stoomboten onder druk te staan.

Ingrijpende veranderingen zijn er ook op het gebied van de openbare voorzieningen. Stelselmatig worden de stadspoorten en de daarmee verbonden torens en vestingwerken gesloopt. Delen van de noordelijke vesten worden drooggelegd en in cultuur gebracht.

Het schoolwezen ondergaat een ingrijpende reorganisatie. Deze beoogt schoolvoorzieningen voor kinderen van bedeelde en minvermogende ouders. Er ontstaat een bewaarschool. Een van beide stadsscholen wordt omgevormd tot een school voor kinderen van minvermogenden.
Grote zorgen zijn er ook door de heersende cholera in ons land. De besmettelijke ziekte doet zich in 1848 en 1853 ook voor in Goes.