Aanvulling? Meld het hier.
<<

Watersnoodramp

(In bewerking)

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 overstroomden grote delen van de provincies Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden bij een noodlottige combinatie van een zware noordwesterstorm en springtij. De dijken waren hier niet tegen bestand. De ramp was de directe aanleiding tot de Deltawerken.

 

Ondergelopen gebieden in februari 1953, fragment Noord- en Zuid-Beveland van kaart behorende bij De Ramp, Amsterdam 1953

Ondergelopen gebieden op Noord- en Zuid-Beveland, fragment van kaart behorende bij 'De Ramp', Amsterdam 1953

 

Bij de ramp kwamen 1835 mensen om het leven, in Zeeland 873, in Zuid-Holland 686, in Noord-Brabant 254 en elders in het land 22. 1683 lichamen werden gevonden, 152 van de verdronken personen zijn nooit gevonden. Ten gevolge van de ramp verloren vele kinderen hun ouders en er waren talloze gewonden en zieken. Honderdduizend mensen verloren hun huis en bezittingen. Veertig procent van de slachtoffers valt aan de zuidkant van Duivenland en Overflakkee. Het zwaarst getroffen waren Oude Tonge op Overflakkee (305 doden), Stavenisse op Tholen (156 doden) en Nieuwerkerk op Schouwen-Duiveland (288 doden).

 

Wolphaartsdijk februari 1953

 

Ongeveer 20.000 koeien verdronken,  2000 paarden, 12.000 varkens, 165.000 stuks pluimvee en duizenden stuks kleinvee, zoals schapen en geiten, en katten en honden. Meer dan 47.000 huizen, scholen, kerken en andere gebouwen raakten beschadigd.

 

Fragment van kaart met ondergelopen gebieden in februari 1953, bijlage bij 'De Ramp', Amsterdam 1953. Fragement is Zuid- en Noord-Beveland

Ondergelopen gebieden omgeving Goes, fragment van kaart behorende bij 'De Ramp', Amsterdam 1953


Wolphaartsdijk

In wat sinds 1970 de gemeente Goes is, was het vooral Wolphaartsdijk dat zwaar getroffen werd. Goes ontkwam aan het water, in tegenstelling tot Wolphaartsdijk en Oud-Sabbinge, waar een groot deel van het dorp en omringend poldergebied onder water liep en twaalf doden te betreuren waren.

 

De Lepelstraat in Wolphaartsdijk februari 1953

 

Kattendijke

Bij Kattendijke ontstond een kritieke situatie doordat er flinke schade aan de Oude Zeedijk was ontstaan, tussen het dorp en Wemeldinge. Aanvankelijk was daar zo'n duizend man (voornamelijk vrijwilligers) bezig om de dijk te versterken. Binnen enkele dagen daalde het aantal dijkwerkers, maar het betrof nog altijd een paar honderd.

 

Honderden mannen vullen zandzakken om de dijk te verzwaren bij Borsele

Zandzakken vullen om de dijk te verzwaren bij Borsele februari 1953

 

De toestand van de dijk bleef nog geruime tijd kritiek en een week na de ramp adviseerden de burgemeesters van Goes en Kattendijke de bewoners in lager gelegen delen zoveel mogelijk de kostbaarheden naar de zolders te verplaatsen. Op 3 februari werd in Kattendijke melding gemaakt van dertien aangespoelde lijken, waarvan na onderzoek bleek dat deze slachtoffers afkomstig waren uit Schouwen-Duiveland.

Vooral in de periode van de oorlog was weinig onderhoud aan de dijken gepleegd. Veel dijken bestonden nog uit klei en waren verder niet verstevigd. Bovendien waren de dijken veel lager dan ze tegenwoordig zijn.

 

Slachtoffers

De slachtoffers van de ramp uit diverse plaatsen op Zuid-Beveland werden opgebaard in de Grote Kerk te Goes.

 

Grote of Maria Magdalenakerk Goes in februari 1953. Foto collectie Bitter-van Opstal. ZB/ Beeldbank Zeeland

 

Gebrekkige communicatie

Het hoge aantal slachtoffers werd onder meer veroorzaakt doordat veel mensen de waarschuwingen niet doorkregen. Nog lang niet iedereen had in 1953 telefoon. Veel mensen hadden wel een radio, maar de uitzendingen stopten na middernacht. Men waarschuwde per telegram voor storm en gevaarlijk hoog water, maar dit bereikte niet veel mensen, doordat op zaterdagnacht veel kantoren in het rampgebied gesloten waren. Met brandweersirenes en kerkklokken probeerde men ook om te waarschuwen, maar door de storm was dit lang niet overal hoorbaar, zeker niet in veraf gelegen boerderijen. In sommige dorpen werd onder meer de politie ingezet om langs de deuren te gaan.

 

Hulp

De eerste helpers waren personen die direct hulp kwamen bieden. Met gevaar voor eigen leven probeerden ze in die rampnacht zoveel mogelijk personen te redden. Met touwen om hun middel zwommen ze door het ijskoude water naar halfingestorte huizen.  Anderen liepen over bergen wrakhout of maakten vlotten om hun dorpsgenoten te bereiken. Met kleine roeibootjes voer men langs huizen om te kijken of er nog mensen op zolders zaten. De harde wind en de kou bemoeilijkten de reddingspogingen.

 

De Noorddijk in Wolphaartsdijk februari 1953

 

Vissers

Vissers uit Yerseke en Zierikzee, maar ook uit plaatsen als Urk, Katwijk, IJmuiden en Scheveningen kwamen helpen met hun kotters. Met hun radio vroegen ze om hulp in de vorm van rubberboten, medicamenten, drinkwater en voedsel.

Op dinsdag 3 februari vonden overal op droge plaatsen droppings plaats. Vliegtuigen en helikopters gooiden zakken (om te vullen met zand), rubberboten, lieslaarzen, voedsel (onder andere veertigduizend broden) en drinkwater naar beneden.

 

Dropping van zaandzakken uit vliegtuig bji Colijnsplaat februari 1953

Het droppen van zakken voor zand bij Colijnsplaat februari 1953

 

Evacuatie

 

Colonne trekt over de ondergelopen Rijksweg bij Kruiningen

De Rijksweg bij Kruiningen februari 1953


Bronnen

Speurtocht naar de Ramp. Lesbrief over de Watersnoodramp 1953 op Zuid- en Noord-Beveland. Uitgave Gemeentearchief Goes
http://historiek.net/watersnoodramp-1953