Aanvulling? Meld het hier.
<<

Zorg (1697 - 1701)

Gezondheidszorg

In 1697 zijn er twee stadsdoctoren, namelijk Ferdinandus Gruywart en Adolf van Oostee. Doctor Gruywart fungeert verscheidene malen als burgemeester. Hij overlijdt in mei 1701. Zijn opvolger als stadsdoctor is Pieter Verijser op een traktement van ₤ 22.10. Hiervan draagt de stad ₤ 12.10 en het arm- en weeshuis ₤ 10. Doctor Verijser is hierover uiteindelijk niet tevreden. In 1702 deelt hij het stadsbestuur mee hoe ze hem in de plaats van de overleden doctor Gruywart (naast doctor Adolf van Oostee) tot stadsdoctor hadden verkoren. Sedert die tijd heeft hij zijn functie als stadsdoctor bij alle voorvallen waargenomen en de arm- en godshuizen en het oude manhuis bediend. Dat deed hij in de verwachting dat, na verloop van drie maanden of een half jaar, dit door doctor Van Oostee zou worden waargenomen. Maar Van Oostee voelt er eigenlijk niet veel voor de godshuizen en armen te bedienen. Nu is hij hiermee alleen belast en daar voelt hij weinig voor. Het stadsbestuur stelt zich op het standpunt dat 'de heren doctors Adolph van Oostee en Pieter Verijser beijde gesamentlijk en oversulcx vice versa, ijder bij de drij maanden, stadshuijsen en armen zullen bedienen, ten sij bij sieckte of uijtlandigheijd'.

Vroedvrouwen

In 1697 is Johanna de Wit stadsvroedvrouw. Door een ernstige ziekte is ze vanaf 1699 onbekwaam om haar functie naar behoren waar te nemen. Bregtje Gastelaars, gehuwd met Joos Davidse, biedt haar diensten aan, 'dewelcke heeft gecelebreerd verscheijde verclaringen van geloofweerdige borgers en ingesetenen van de stad Breda over haar bekwaamheid tot het bedienen van de vroedvrouwfunctie en wel insonderheid overgeleverd de schriftelijke getuigenisse van de heer stadsdoctor en chirurgijn van Breda, alsmede de loffelijcke getuijgenisse van doctor Samuel Junius'. Het stadsbestuur besluit Bregtie Gastelaars aan te stellen tot stadsvroedvrouw op een traktement van twintig ponden Vlaams per jaar en voor transport van haar meubelen te vergoeden £ 8.6.8 en voor reisgeld £ 0.16.8. Haar dienstverband is maar kort. Al begin 1702 stelt het stadsbestuur in de plaats van Bregtje Gastelaars, op advies van de stadsdoctoren en chirurgijns, tot stadsvroedvrouw aan Petronella Davids, op hetzelfde transportgeld en traktement dat haar voorgangster heeft genoten.

Gasthuis

Het Gasthuis wordt bestuurd door een college van buitenregenten. In 1697 zijn dit onder andere Willem van Weele en Johan Eversdijk. Eversdijk promoveert in 1699 tot buitenvader van het Oude Manhuis. Zijn opvolger is Cornelis Hoogenhoed. In verband met het overlijden van doctor Ferdinand Gruijwart in 1701 en Vrouwe Appolonia Westerwijk in 1702 'manqueren een buijten Vader en Moeder in het Gasthuis'. In hun plaatsen worden verkoren mr. Levinus van Doorn en Maria Eversdijk, weduwe van Adriaan Hoogenhoed.

Oude Manhuis

In 1697 bestaat het college van buitenregenten van het Oude Manhuis uit onder andere Bernard Schorer en Dirck van Angeren. Als Schorer in 1699 promoveert tot Rekenmeester van Zeeland volgt de stadssecretaris Johan Eversdijk hem op als buitenregent. Marinus Oyee volgt Van Angeren in 1699 op.